Meneer de reporter

Er zitten gaten in onze straten

Het gaat niet over de staat van de weg

Het gaat over wat je zegt

Het gaat over je antwoord

Op de vraag hoe het gaat

Je loopt weg

In het voorbij gaan zit het moment waar je naar op zoekt bent.

Waar je achteraan rent loopt van je weg omdat je niet in staat bent

Er bij stil te staan

Links, rechts,

Het maakt niet uit

Wat iemand zegt

Wel hoe je het in beeld brengt

Je microfoon danst als een voetzoeker het plein rond

Tot BOEM in ons gezicht

In ons ogenblik

Wij willen vooruit in dit leven

We schermen ons af van het beeldscherm

De nood gezien te worden komt van de andere kant

Je wacht op je shot

Ons ogenblik

Wij zijn

Jij gaat er aan voorbij

Je zit op slot

Je schiet koppen en schotels en spuit ze als thee het

Beeldscherm op, de krant in, heet van de naald.

Je kijkers hebben dorst

Ze drinken ons moment ad fundum op

Je loopt weg

Waar je achteraan rent loopt van je weg

Omdat je er niet bij stil durft te staan

Je bent buiten adem

Wij buiten beeld

Drukken op een like button

Worden meegezogen in de oppervlakte

Van elke dag

Je hebt liken, liken en je hebt liken

snap je,

ja ja

ik snap het

Advertenties

Mijn hart

mijn hart

Het valt me op dat ik een eekhoorn ben, de drang heb om eikels te verzamelen.

Het gat in mijn hart is niet groot genoeg om ze in te bewaren. Bij elke botsing met hen hoop ik dat mijn hart een airbag is, die openbarst, dat ze zichzelf omver blazen met alle lucht die ze zijn en mijn aorta kan blijven dwalen langs de zuidflank van een bergwand

een geërodeerd  landschap,  dat zich door eikelbeschadiging van elk gevoel heeft losgemaakt, niet te veel nadenken.  Er zitten kreukels in het katoen.

Als wij samen doen alsof ik gemaakt ben van katoen en jij

een stroomstrijkijzer, dan loopt het de mist in.

je strijkt kreuken in mij vast. Er loopt inkt langs je lippen, je woorden

hechten zich als vlekken aan mijn lijf, je smaakt bitter.

Heeft cupido dit bedacht? Iets met pijlen in mijn lijf

dat voel ik wel, maar ook een afstand tot dit onderwerp, de liefde

Voel je je aangesproken, ik hoop het niet, want ik wil het er niet over hebben

We zijn twee pinguïns, of waren dat  op een ijsschots in het midden van de zee

je kunt niet zwemmen, dus je blijft wat.  Er is zo weinig ijs  dat

mijn elleboog tegen je aan staat. Ze ziet eruit als een rivier waar ze een steen in hebben gegooid

maar ondertussen is de steen gezonken naar mijn maag. Ik sla je op en je weegt wat

jij slaat dit liever over.

Ik zoek een naam om ons in te bewaren, maar we staan los van elkaar.

Het is alsof ik werelddelen aan elkaar probeer te naaien met het dunste garen

een overdreven vergelijking, ik weet het

Mijn hart is maar een orgaan

Alles gebeurd in de hersenen

Ik heb mijn hart in je handen gelegd

jij legt het in de koelkast  tussen de restjes van je leven

Nu zit er een gat in mijn borstkast

Het klopt niet

Dat we elkaar steeds beter zagen tussen de wazigheid van lege glazen

Nu voelt mijn hart hol, weet je nog erosie, aorto, eikels, pinguins

alles komt terug.  We zijn terug bij het begin.Een stenen hart dus.

Ik duik in een bierglas, eerste klas solo sprong

Hoe ik met drank mijn zorgen overwon,

de zorgen die ik zonder drank, niet begon

Jij overviel mij , hebt mij overvallen

Vermist sinds die dag,

Mijn geloof in mannen die niet achter hun lul aanlopen

Ik ben een eekhoorn

ik verzamel eikels, cupido is zo een eikel,

de grootste eikel, hij heeft vast nog nooit

van airbags gehoord.

Je suis een held op sokken

De meeste helden die ik ken zijn dood

Ik ben gewoon mezelf

Geen held

hooguit een held op sokken

die met haar eigen woorden de wereld om zich heen probeert te vangen,

die al begint

Bij de tafel die we eettafel noemen

Maar waar we nooit aan eten

Behalve dan als er gasten zijn

Om te doen alsof we tafeleetmensen zijn

We doen ons altijd mooier voor

We doen onszelf nooit te kort aan een warm bord

Vol illusies, want dan smaakt beter dan de waarheid

Weet je hoe groot een sneeuwbal wordt als hij verder rolt, niemand hem stopt, als die sneeuwbal. Heel de wereld rond steeds verder bolt.  Onverwoestbaar. Wat nu in deze tijd, hoe groot je woorden worden  Als ze onbedoeld je huiskamer uit rollen, de hele wereld rond. Als ze mensen bereiken die niet begrijpen wat je er mee bedoelt.

We hebben ooit de woorden bedacht om dichter bij elkaar te staan, maar als ik nu spreek heb ik het idee dat niet iedereen verstaat wat ik zeg, staan we elkaar in de weg, met wat is uitgevonden om elkaar te begrijpen

Ik ben geen held

Hooguit een held op sokken

Die bij de eerste stap buiten KOUD KOUD KOUD roept

En terug naar binnen rent

Ik ben gewoon mezelf,

Jij plakt als een wegenwachter van mijn woorden je oordeel

Op dit optreden,  de beste stuurlui zitten in de monk

Ik ben er zeker van, maar er zit geen rode speedo onder

Mijn jurk en ik kan niet vliegen

Er is iets aan de hand met onze wereld

In onze hand zit niks,

Dus niks aan de hand toch

Makkelijk

In de huiskamer hebben we allemaal een grote mond

Maar we draaien ze even dicht als onze deur

Niet eens een kier om ongezoutenheid

Door heen te laten tochten

Wij zijn zoetwatervissen

Ongezouten, want de meest gezouten

Plek is de dode zee

En de meest ongezouten mensen zijn

Fuck, al onze helden zijn dood

Ik ben een zoetwatervis

Wat we niet zijn willen we zijn verbonden

Meestal zijn we dat wel maar verkeerd

Aan de telefoon bijvoorbeeld

Daar durft iedereen te zeggen wat ze denken

Zolang het niet op papier staat

En niet openbaar is

Waar vechten we voor

Een rekening van belgacom altijd

Waar we van dromen

Is niet wat we bereiken

Het komt er niet eens van in de buurt

In onze huiskamer zijn we allemaal helden

En de telecomoperator aan de andere kant van de lijn

Het kwaad dat bestreden moet worden

Weet je hoe groot een sneeuwbal wordt als hij verder rolt, niemand hem stopt, als die sneeuwbal

Heel de wereld rond steeds verder bolt.  Onverwoestbaar. Wat nu in deze tijd, hoe groot je woorden worden  Als ze onbedoeld je huiskamer uit rollen, de hele wereld rond. Als ze mensen bereiken die niet begrijpen wat je er mee bedoelt.

We hebben ooit de woorden bedacht om dichter bij elkaar te staan, maar als ik nu spreek heb ik het idee dat niet iedereen verstaat wat ik zeg, staan we elkaar in de weg, met wat is uitgevonden om elkaar te begrijpen

Weet je nog hoe groot onze mond was? Toen we op de uitkijk stonden, zeven jaar waren. Op een berg, niet echt een berg, gewoon zand, daar opeens die jongens waren en ik had je cavia vast. Die kakte op mijn t-shirt, heel de tijd, een blauw t-shirt vol met cavia kak.

Ik heb die hele herinnering nog in mijn hoofd

Van het roepen op de berg

Dat toen we naar beneden kwamen die jongens opeens veel groter waren

Ver van ons bed lijkt alles veel kleiner

Zoals die Playmobil kinderen vol bloed op het journaal

Het zal wel niet zo erg zijn

In scene gezet, zap

En mijn t-shirt zat nog steeds vol met caviakak

Ze riepen dat ze ons kapot zouden maken

Onze monden werden opeens veel kleiner

We hadden niet meer zo veel woorden

Ik zei dat het niet zo moeilijk was, ons kapot maken

Omdat we niet zo groot waren en zij wel

Ze gaven me gelijk en we liepen weg

Ik ben geen held, ik ben gewoon mezelf

een zoetwatervis in een afwasbak

In de zee durf ik niet zwemmen

Daar zwemmen haaien

Al weten ze niks van poëzie

Ik begrijp wel wat ze bedoelen, als ze naar mij happen.

Allerheiligen

Eurydice

.

Hij zet de pot met bloemen op haar graf

Haar dood houdt de grond in leven

Maden eten het vlees van haar botten af

Ach er onder ligt ze,  hij heeft haar nooit aan de hemel willen geven

.

Is er een god vraagt hij zich af

Zal Charon haar afgekloven lijf aan Hades overleveren?

Onder de grond is ze ver af

Zijn blik, naar achter, zij is achtergebleven

.

In zijn hoofd, is de rivier de tijd

In zijn hoofd styxt het van de tranen

Geen droogte aan de oevers van zijn hel

.

Later wel, weg water hel

Later legt hij rimpels in al zijn oceanen

Neemt hij tijd, sluit hij af, legt hij bloemen op haar graf, neemt hij afscheid