Niveau 4

Plankenkoorts, SPOTLIGHT,  bang om op het podium te staan. Vooral nu, Vooral hier in Brussel.

Het wordt warm onder de voeten

Er zit een verdacht pakketje tussen je benen

Je staat op springen

Als je blijft staan is het lastig bewegen

Spring je?

 

Het begin van een romance op niveau 4

 

Doe je voeten omhoog, dan kan het niveau passeren,  wij stijgen naar een hoogtepunt. Er ligt een waar gaat ze heen strook tussen wat we doen en wat we willen. We willen meer doen.

We blijven staan,

plankenkoorts.

als we bewegen zit er leven in onze broekzak.  Een verdacht pakketje, dat bij kou, voor meer blauw op straat zorgt, alles krimpt, groeit als ik je naakt zie, of je dicht tegen mijn vel….

Laten we het luchtig houden. Opgelucht, Er ligt lucht op de zak.  Ze blaast hem zachtjes op temperatuur, Recht omhoog, strak, als pompende soldaten naar het hoogtepunt van de regelmaat. We zijn een gewoonte geworden.

Ik heb plankenkoorts, ben bang om op dit podium te staan. Breng ik je tot een hoogtepunt? Wordt het warm onder je voeten? Het is fijn dat je vandaag gekomen bent. Het is fijn dat je blijft. Ik ben DOVO, ik zal je gecontroleerd tot ontploffing brengen. Een hoogtepunt waarbij je zaadzak als een zandzak in elkaar klapt. Omdat we nog niet klaar zijn om klaar te komen zonder vangrail. We onszelf willen beschermen tegen een nieuw leven, de oneindigheid, hou je vast.

Er zit een verdacht pakketjes in je broekzak, ik heb plankenkoorts, het wordt warm onder onze voeten.

Laten we het luchtig houden.

Laten we het vooral luchtig houden.

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Lamp is duurzaam

De schelde is een rivier vol woorden die je niet uit mag spreken

onszelf eruit stoten, boven komen, kopje onder, tussen

hoge golven en frequenties van gedachten die we zelf niet volgen.

Als we spreken hopen we dat we de juist koers varen

dat de wind niet harder blaast dan wij drijven

anders valt alles in het water.

 

De winds blaast, blazen

als het meervoud van dat in je lijf

dat al het gezeik opvangt

je weet het aardig van je weg te drijven

Waterdicht plan

 

Als je iets opblaast, dan ontploft het

als een plofkip, ik voel me kiplekker

is dan ook gebakken lucht

zucht

 

Laat het los

Laat het weken

 

Iemand in onze boot neemt bloem vast,

we kneden burgers, opeens is iedereen een burger

dit is een bloemboot, als de burger uit de boot stapt

een bloembad

 

ZIe je dat, hou je vast, de golven komen hoger,

bloem kan niet zwemmen,  het is  moeilijk het hoofd

boven water houden in deze situatie.

 

Als je bloem mengt, met de eieren van onze plofkip en en scheutje melk,

dan krijg je pannenkoeken. Als er ergens ook vuur is. Er is hier geen vuur,

geen vuur van passie. Wat achter ons brand is de vrucht van alles plukken zonder te planten. We zaten in de oorlog. Waar alles uit elkaar spat. Als de olijfolie op het vuur warm is,

kan je het deegmengsel in de pan doen. We hebben honger op de boot.

 

We varen naar waar geld geteld en gevoel van geen tel is. Het bloembad koekt zich vast in je netvlies. Er ligt een koek in de pan en hij koekt aan.

 

Hey, dit is toch een woordspel?  Is er hier iets gezegd dat er toe doet?

Een bloembad, dat is toch gewoon, waar ze in Nederland de tulpen wassen?

Frequenties van gedachten die we zelf niet volgen, wij volgen als schapen, maar wie lijdt ons hier rond? Kan je ons terug naar de rivier brengen? Waar zijn alle woorden, we maken een spel van woorden. Ik kan niet zwemmen.

Hypotheek

Hypotheek, komt van Hypo, komt van nijlpaard, een dik beest in het water, teek, een beest dat je ziek maakt en je bloed zuigt. Hypotheek kun je dus niet op je rug dragen, het zit aan je been vast en het zuigt je leeg. Alleen te verwijderen met een hypothekentang, daarvan zijn de banken bang, omdat het hen geen recht meer geeft op een woekerende lening. ‪#‎woordverklaring‬

Het probleem is dat wij mensen zijn

Er liggen geen medeklinkers in ons voetpad

Samen alleen, tussen_ons_in_steeds_dezelfde_afstand

Steen, cement, steen, zij aan zij, verplicht.

Steen kiest niet naast welke steen hij ligt.

Dat er is nagedacht over dit

Hoe er tussen elk van ons evenveel ruimte zit.

Hoe wij ons hebben laten voegen en zo niks

Meer toe te voegen, aan hoe cement

Om onze lijven zit.

Zij die ons op handen droegen, hebben ons gelegd.

Kaarsrecht, al, wat is dat waard, een kaars smelt als je hem aansteekt

Loodrecht, waterpas. Water loopt wist je dat?

Zij ook, over ons heen. Wij zijn van steen.

Hard van binnen, hard van buiten, niks in het midden.

Wij, die alleen klinken, als we laten klingelen.

Er liggen geen medeklinkers in ons voetpad.  Je wandelt er over heen

je voelt dat elke steen, steeds weer dezelfde afstand. Wandelt liever op asfalt,

Hoewel daar elke verbinding, een verplichting is, dus dat vrije keuze

Daar ook afvalt.

Onze wegen zijn het begin van de afstand.

Stel het je voor Heel even, dat je zelf de klinkers legt. Dat je zegt. Hier steen kies maar wat.

Dat je voet per voet kiest, voor je eigen pad.

Er liggen geen medeklinkers op ons voetpad, ik, ik zeg maar wat.

Zodat je weet dat zelfs daar is over nagedacht.  Een steen is maar van steen. Het echte probleem?

dat wij mensen zijn.

Mijn hart

mijn hart

Het valt me op dat ik een eekhoorn ben, de drang heb om eikels te verzamelen.

Het gat in mijn hart is niet groot genoeg om ze in te bewaren. Bij elke botsing met hen hoop ik dat mijn hart een airbag is, die openbarst, dat ze zichzelf omver blazen met alle lucht die ze zijn en mijn aorta kan blijven dwalen langs de zuidflank van een bergwand

een geërodeerd  landschap,  dat zich door eikelbeschadiging van elk gevoel heeft losgemaakt, niet te veel nadenken.  Er zitten kreukels in het katoen.

Als wij samen doen alsof ik gemaakt ben van katoen en jij

een stroomstrijkijzer, dan loopt het de mist in.

je strijkt kreuken in mij vast. Er loopt inkt langs je lippen, je woorden

hechten zich als vlekken aan mijn lijf, je smaakt bitter.

Heeft cupido dit bedacht? Iets met pijlen in mijn lijf

dat voel ik wel, maar ook een afstand tot dit onderwerp, de liefde

Voel je je aangesproken, ik hoop het niet, want ik wil het er niet over hebben

We zijn twee pinguïns, of waren dat  op een ijsschots in het midden van de zee

je kunt niet zwemmen, dus je blijft wat.  Er is zo weinig ijs  dat

mijn elleboog tegen je aan staat. Ze ziet eruit als een rivier waar ze een steen in hebben gegooid

maar ondertussen is de steen gezonken naar mijn maag. Ik sla je op en je weegt wat

jij slaat dit liever over.

Ik zoek een naam om ons in te bewaren, maar we staan los van elkaar.

Het is alsof ik werelddelen aan elkaar probeer te naaien met het dunste garen

een overdreven vergelijking, ik weet het

Mijn hart is maar een orgaan

Alles gebeurd in de hersenen

Ik heb mijn hart in je handen gelegd

jij legt het in de koelkast  tussen de restjes van je leven

Nu zit er een gat in mijn borstkast

Het klopt niet

Dat we elkaar steeds beter zagen tussen de wazigheid van lege glazen

Nu voelt mijn hart hol, weet je nog erosie, aorto, eikels, pinguins

alles komt terug.  We zijn terug bij het begin.Een stenen hart dus.

Ik duik in een bierglas, eerste klas solo sprong

Hoe ik met drank mijn zorgen overwon,

de zorgen die ik zonder drank, niet begon

Jij overviel mij , hebt mij overvallen

Vermist sinds die dag,

Mijn geloof in mannen die niet achter hun lul aanlopen

Ik ben een eekhoorn

ik verzamel eikels, cupido is zo een eikel,

de grootste eikel, hij heeft vast nog nooit

van airbags gehoord.

Je suis een held op sokken

De meeste helden die ik ken zijn dood

Ik ben gewoon mezelf

Geen held

hooguit een held op sokken

die met haar eigen woorden de wereld om zich heen probeert te vangen,

die al begint

Bij de tafel die we eettafel noemen

Maar waar we nooit aan eten

Behalve dan als er gasten zijn

Om te doen alsof we tafeleetmensen zijn

We doen ons altijd mooier voor

We doen onszelf nooit te kort aan een warm bord

Vol illusies, want dan smaakt beter dan de waarheid

Weet je hoe groot een sneeuwbal wordt als hij verder rolt, niemand hem stopt, als die sneeuwbal. Heel de wereld rond steeds verder bolt.  Onverwoestbaar. Wat nu in deze tijd, hoe groot je woorden worden  Als ze onbedoeld je huiskamer uit rollen, de hele wereld rond. Als ze mensen bereiken die niet begrijpen wat je er mee bedoelt.

We hebben ooit de woorden bedacht om dichter bij elkaar te staan, maar als ik nu spreek heb ik het idee dat niet iedereen verstaat wat ik zeg, staan we elkaar in de weg, met wat is uitgevonden om elkaar te begrijpen

Ik ben geen held

Hooguit een held op sokken

Die bij de eerste stap buiten KOUD KOUD KOUD roept

En terug naar binnen rent

Ik ben gewoon mezelf,

Jij plakt als een wegenwachter van mijn woorden je oordeel

Op dit optreden,  de beste stuurlui zitten in de monk

Ik ben er zeker van, maar er zit geen rode speedo onder

Mijn jurk en ik kan niet vliegen

Er is iets aan de hand met onze wereld

In onze hand zit niks,

Dus niks aan de hand toch

Makkelijk

In de huiskamer hebben we allemaal een grote mond

Maar we draaien ze even dicht als onze deur

Niet eens een kier om ongezoutenheid

Door heen te laten tochten

Wij zijn zoetwatervissen

Ongezouten, want de meest gezouten

Plek is de dode zee

En de meest ongezouten mensen zijn

Fuck, al onze helden zijn dood

Ik ben een zoetwatervis

Wat we niet zijn willen we zijn verbonden

Meestal zijn we dat wel maar verkeerd

Aan de telefoon bijvoorbeeld

Daar durft iedereen te zeggen wat ze denken

Zolang het niet op papier staat

En niet openbaar is

Waar vechten we voor

Een rekening van belgacom altijd

Waar we van dromen

Is niet wat we bereiken

Het komt er niet eens van in de buurt

In onze huiskamer zijn we allemaal helden

En de telecomoperator aan de andere kant van de lijn

Het kwaad dat bestreden moet worden

Weet je hoe groot een sneeuwbal wordt als hij verder rolt, niemand hem stopt, als die sneeuwbal

Heel de wereld rond steeds verder bolt.  Onverwoestbaar. Wat nu in deze tijd, hoe groot je woorden worden  Als ze onbedoeld je huiskamer uit rollen, de hele wereld rond. Als ze mensen bereiken die niet begrijpen wat je er mee bedoelt.

We hebben ooit de woorden bedacht om dichter bij elkaar te staan, maar als ik nu spreek heb ik het idee dat niet iedereen verstaat wat ik zeg, staan we elkaar in de weg, met wat is uitgevonden om elkaar te begrijpen

Weet je nog hoe groot onze mond was? Toen we op de uitkijk stonden, zeven jaar waren. Op een berg, niet echt een berg, gewoon zand, daar opeens die jongens waren en ik had je cavia vast. Die kakte op mijn t-shirt, heel de tijd, een blauw t-shirt vol met cavia kak.

Ik heb die hele herinnering nog in mijn hoofd

Van het roepen op de berg

Dat toen we naar beneden kwamen die jongens opeens veel groter waren

Ver van ons bed lijkt alles veel kleiner

Zoals die Playmobil kinderen vol bloed op het journaal

Het zal wel niet zo erg zijn

In scene gezet, zap

En mijn t-shirt zat nog steeds vol met caviakak

Ze riepen dat ze ons kapot zouden maken

Onze monden werden opeens veel kleiner

We hadden niet meer zo veel woorden

Ik zei dat het niet zo moeilijk was, ons kapot maken

Omdat we niet zo groot waren en zij wel

Ze gaven me gelijk en we liepen weg

Ik ben geen held, ik ben gewoon mezelf

een zoetwatervis in een afwasbak

In de zee durf ik niet zwemmen

Daar zwemmen haaien

Al weten ze niks van poëzie

Ik begrijp wel wat ze bedoelen, als ze naar mij happen.

Allerheiligen

Eurydice

.

Hij zet de pot met bloemen op haar graf

Haar dood houdt de grond in leven

Maden eten het vlees van haar botten af

Ach er onder ligt ze,  hij heeft haar nooit aan de hemel willen geven

.

Is er een god vraagt hij zich af

Zal Charon haar afgekloven lijf aan Hades overleveren?

Onder de grond is ze ver af

Zijn blik, naar achter, zij is achtergebleven

.

In zijn hoofd, is de rivier de tijd

In zijn hoofd styxt het van de tranen

Geen droogte aan de oevers van zijn hel

.

Later wel, weg water hel

Later legt hij rimpels in al zijn oceanen

Neemt hij tijd, sluit hij af, legt hij bloemen op haar graf, neemt hij afscheid